Home
Een dankwoord
Sitemap
Laatste updates
Contactformulier
Gastenboek
Wie ik ben
Mijn ouders
Surabaya's historie
Cannalaan buaya's
Indië en oorlog
Archipel oorlogen
Indië en Youtube.
Zieleroerselen
Verhalen over susje
Susje en de vlieger
Diverse verhalen
Volkeren in Indië
Indo's in den Verre
Foto's algemeen
Externe Indo links
GEZOCHT


Indo's eten in hun leven gemiddeld
rijstkorrels per jaar en 5 kilo sambel

Zusje en de vlieger.

 

Het was elke dag warm en bladstil en smachtend keken allen uit naar de verkoeling van de avond en de aankomende moessontijd met de winden.

De regen en de wind die dan voor verkoeling zorgden.

Het beste wat men kon doen, was je zo rustig mogelijk houden en slapen. Want dit weer zorgde ervoor dat je loom werd, héél erg loom. Mijn vriendjes en ik hadden nergens zin in en pas tegen een uur of vier á vijf 's middags ontwaakten onze avonturierszinnen en zodra het avondeten verorberd was, hoorde je alom je heen de lokfluitjes van je vriendjes.

Maar natuurlijk was Ma er ook en Ma zorgde voor handhaving van rust en orde. En dat betekende simpelweg: 's Avonds ben je binnen en je ziet maar wat je doet, als je maar binnen blijft. Klaar punt uit.

De horde op vliegerjacht.

 

Maar je was kacung of je was het niet en dus had je als kacung wel altijd één of andere oplossing voor zo'n soort probleem. Regelmatig verdwenen dan kacungs ineens uit huis, zonder dat Ma het wist. Of Ma zat half te pitten in de luie korsi males of Ma deed alsof en liet alles oogluikend toe. Dat kan natuurlijk ook.

Bekende smoezen waren bijvoorbeeld, dat je zonodig ineens bij Tante Suus op bezoek moest, want die had toevallig diezelfde middag nog gevraagd waarom je je gezicht nooit meer liet zien. Of de ma van één van je vriendjes had gevraagd om even te komen helpen met één of andere opruiming van de gudang. Enzovoorts enzovoorts. Maar wat Ma natuurlijk nooit en te nimmer toeliet, was dat Sussie 's avonds mee verdween de straat op. Ja wat dat betreft was Sussie altijd wel de klos. 

En eindelijk kwam die langverwachte moessontijd aan met de winden en het was alsof horden stekende insecten overal tegelijk op het zelfde moment alle vriendjes een steek in de donder gaven. Ineens was alle loomheid weg, ineens waren we in- en in aktief, want......... met de komst van de wind was ook de vliegertijd daar.  

De vliegertijd was heilig voor ons kacungs en natuurlijk ook voor de vliegermakers en de verkopers van vliegerpapier en vliegertouw en vliegerlijm( kah) en de tijd van rusten was voorbij. Over en sluiten maar die bale bale waar je op lag te rusten. Dat ding had geen waarde meer, want de jacht was aangebroken. Er waren altijd wel kacungs die net iets meer centen in de knip hadden en dus als eersten een vlieger konden kopen en als eersten de vliegergevechten met elkaar aangingen. En dan had je het met minder centen bedeelde kacungvolk en tot deze laatste categorie behoorde ik.

Onze kracht was gelegen in de jacht op verloren gegane vliegers en hele hordes kacungs raasden een dwarrelende vlieger achterna. Dwars door alle verkeer heen, scheldende becakbestuurders en fietsers en spaarzame hevig toeterende auto's negerend, voetvolk dat bijna omvergelopen werd, alles en iedereen moest ruim baan maken voor een horde op hol geslagen kacungs achter een vlieger aan. En zoals altijd met elke wedstrijd, kon er maar één de winnaar zijn en droop de rest van de bende weer terug naar af, wachtend op een nieuwe kans.

Op een dag liepen Sussie en ik maar weer eens richting alun alun veld op zoek naar avontuur en dit keer was mijn doel wat gerichter, namelijk een neergehaalde vlieger te pakken krijgen. Helaas had ik een lichte handicap en dat was sussie, want die kon ik niet alleen laten; dus eigenlijk wist ik van te voren al, dat het avontuur zich enkel zou beperken tot het kijken naar..., kwijlen, kwijlen en niets meer. 

En de één na de andere vlieger zagen we de strijd verliezen en zagen we de horde kleine bandieten en vliegerjagers er achter aan hollen en sussie en ik konden enkel kijken en kijken en ik enkel zuchten en zuchten, want hoe graag had ik niet mijn onderste ledematen het werk willen laten doen en mee hollen. 

Na een poosje gingen sussie en ik maar huiswaarts en oh wat zagen mijn ogen plostklaps , toen we dichtbij huis aankwamen?

Ik zag een hoge manggaboom bij de buren op het erf, helaas niet rijkelijk gevuld met mangga's, maar zo verleidelijk gevuld met een pracht van een vlieger, die ergens aan een hoge tak was blijven hangen. Een mooie en nog niet gescheurde echte jacht- cq. knokvlieger en een eind vechtdraad eraan van hier tot ginter. Zwart vechtdraad en dat kon niet anders zijn dan van het merk Cap Kambing of Cap Gajah. Deze merken waren zwart van kleur en alle andere merken, waren witachtig en van mindere sterkte. Mooier kon het niet. 

Hoogstwaarschijnlijk was de boom te hoog en de afscheidingsmuur evenzo en had de horde jagers de vlieger maar gelaten voor wat het was en afgedropen. 

Wat een geluk had ik en meteen de stoute schoenen aangetrokken en aangeklopt bij de buren en héél netjes gevraagd of ik via de muur even in de boom mocht klimmen om de vlieger van mijn sussie te mogen pakken.

Nou vooruit, dacht de buurman. Vlieger van zijn sussie, kan dat kind ook niets aan doen en ik kreeg zijn zegen en toestemming om dat ding naar beneden te halen met de voorwaarde, dat ik dan meteen het erf af moest.  

Toen begon de toer van het klimwerk, want de muur beklimmen was een eenvoudig werkje, maar bovenop de muur zaten gemene glasscherven ingemetseld en dit werd vaker gedaan om dieven en ander ongewenst bezoek tegen te gaan.  

Kortom, het klimwerk lukte me héél goed, weliswaar kreeg ik een paar rotsneden in mijn voeten en handen, omdat ik natuurlijk niet alle glasscherven kon ontwijken en via een paar dikke takken kwam ik vrij dichtbij in de buurt van de vlieger en kon deze daarna verschalken.

Héél voorzichtig met de vlieger over mijn schouder kwam ik bijna heelhuids weer op de grond bij sussie, die héél geduldig op me zat te wachten.

Héél héél héél geduldig zat ze te wachten en héél lief vroeg ze aan mij of ze nu haar vlieger mocht hebben.  En ik héél héél verbaasd vragen: "Huh? Jouw vlieger?"  

En sussie héél héél vastberaden antwoordend: "Ja mijn vlieger, want je hebt toch tegen de buurman gezegd, dat het mijn vlieger was?"  

 

Goed, tegen zoveel duidelijk, klaar en overtuigend bewijsmateriaal kon ik niet op en dat ding, dat mooie prachtige gevechtsding werd haar eigendom en als beloning kreeg ik mercurochroom op mijn wonden aan de voeten en handen om tetanus en andere ontstekingen tegen te gaan. En dat deed behoorlijk zeer zo'n mercurochroom behandeling. Bovendien werd ik nog bedeeld met wat standjes van Ma, omdat ik natuurlijk weer onverantwoord bezig was geweest door op een gevaarlijke muur te klimmen.  

En sussie? Die was dolgelukkig, ze had haar eigen vlieger en ergens had ik nog een oud blik met wat vliegertouw omwikkeld, zodat zij ook kon vliegeren en was ik voortaan de klos om haar op een apart stukje veld te helpen met vliegeren.  

Ach ja, jeugdtijden in een grote stad.

 

 

Copyrights imexbo.nl en imexbo.org  | Wilt u contact zoeken? Ga naar Contactformulier.
Top