Ik ben één der eeuwige Indo's

 

 

Mijn pa en ma - een gelukkig doch kort huwelijk.

 

Op een goede dag besloot mijn vader  Theodoor Marie Cornelis Boers eens een dagje vrij te nemen en ging naar de grote stad Malang om zich daar wat te verpozen.De theeplantage in Blitar kon die bewuste dag wel 's een poosje zonder hem, nam hij aan.

En goed geluimd vertrok hij in zijn open sedan op Indië's en des Heeren's wegen langs vulkanen, bossen en dorpen passerend en sawa's bevolkt door boeren.

Aangekomen in Malang, slenterde hij wat rond of misschien deed ie wel boodschappen of zoiets. Malang was uiteindelijk een ietwat groter stadje als Blitar en had derhalve wat meer winkels ook. Malang was ook een geliefd oord voor velen. Het was er koel, rustig en toch een beetje mondain. Want de elite uit die dagen en overigen, die zich het konden permitteren, verpoosden zich heel graag in Malang en menigeen had er zelfs een tweede domicilie.

En zo geschiedde het dat mijn vader aan het eind van de dag besloot om naar het grote postkantoor te gaan en er wat postzaken af te handelen.Mijn vader kwam het gebouw binnen en keek 's rond waar hij precies moest zijn.

Foto onder: Malang in oude dagen.

Gekomen in de grote zaal van het postkantoor stond mijn vader's hart voor een ogenblik stil, als getroffen door een bliksemstraal bij een heldere zéér blauwe tropenhemel........

Daar zat zij, mijn moeder Betarix ten Cate, achter haar bureau de grote zaal overkijkend en die de boel nauwkeurig in de gaten hield uit hoofde van haar funktie en hij, mijn vader, was geraakt door Amor met zijn witte tropenpakkie aan; die had op hem geschoten en hem vol geraakt met zijn bambu pijl. En mijn vader, de charmeur, ging door zijn knieën en liep op haar af om haar wat te vragen.

Ik neem tenminste aan, dat op zo'n manier de kennismaking plaats vond tussen mijn vader en mijn moeder. Ik weet het niet of het allemaal wel juist is, omdat ik geen getuigen heb die mij het ooit hebben kunnen verhalen. Maar alle mij bekende feiten combinerend, lijkt mij zo'n kennismaking wel voor de hand liggend en ik vind het toch wel enigszins romantisch, niet dan?

Enfin, van het één kwam het ander en op een dag moest mijn vader bij zijn a.s. schoonvader langs op audiëntie in Pasuruan, alwaar mijn opa Gerrit Willem ten Cate zijn domicilie had uit hoofde van zijn ambtenaren functie als Rijksambtenaar op het Residentiekantoor van Pasuruan.

Mijn moeder natuurlijk - geheel conform dames doen die bij hun moeder langs gaan om groot nieuws te brengen - zat bij mijn oma aan de keukentafel met een gelukkige glimlach op haar schoon gelaat en mijn vader? Ach mijn vader werd natuurlijk het hemd van het lijf gevraagd door Opa.

Wie hij was, wat ie deed, of ie zijn dochter wel kon onderhouden enzovoorts enzovoorts. De bekende ouderwetse audiëntie van een a.s. schoonzoon bij zijn a.s. schoonvader, die toevalligerwijze ook nog rijkrsambtenaar was. En in die dagen hadden die rijksambtenaren het wel aardig hoog in de bol.

Mijn vader echter was van behoorlijke komaf en ook niet op zijn charmant bekkie gevallen en trok natuurlijk alle registers maar meteen wijd open en mijn opa even op resolute wijze van repliek diende.

"Ja ouwe, het klopt, ik ben weduwnaar, want de vrouw waar ik mee gehuwd was, is vroegtijdig overleden en heeft mij drie kinderen geschonken en nagelaten en die zijn nu moederloos." ....  "Ja ouwe, ik hou van je dochter en zij houdt van mij. Reeds aanwezige kinderen of niet." .....   "Kijk ouwe, zie je daar die grote auto? Mijn vader was Julius Boers - Resident van Zuid Oost Borneo en was gehuwd met een dame, dochter van een rijke stinkerd,  die zowat half Midden Java in cultivatie en beheer had."  (Mijn opa Julius Boers was al in 1923 gestorven.)

Foto onder: Pa's sedan.

Dat was dus de repliek van mijn vader, al waarop mijn opa Gerrit Willem ten Cate maar wijselijk verder zijn vragenvuur stopte en hem een glas es kopi tubruk trakteerde, al dan niet voorzien van een oudbakken kue lemper of zoiets. En even later oma en mijn moeder zich bij hen voegden en men genoeglijk over koetjes en kalfjes verder oreerde en men misschien ook nog wel gezamenlijk van de nasi en gerechten genoot, waarschijnlijk opgediend door Sadeli (toen nog heel jong) en waar ik elders op deze site ook een verhaaltje aan heb gewijd.

Kortom, het sprookje vervolgde en op de 6de juni 1931 traden beiden in het huwelijk; zij mijn moeder, een schone deugdzame jonge maagd van amper 29 jaren jong en hij mijn ondeugende snoepert van een vader oud 41 jaren en betrokken hun stee in een woning in de thee onderneming te Blitar - Swaru Buluroto. Ten tijde van het huwelijk zelf, was mijn pa nog werkzaam op de Kali Gentong onderneming ergens daar ook in die buurten.

Zij, heel bedeesd en die keurig netjes haar gedegen opleiding in het nonnenklooster had genoten en zelfs Europa had bezocht op een grote vakantie en in bezit van heel wat roerende goederen en een vermogen bijgeschreven op het spaarboekje van de PTT. (Zij genoot een buitenlandsch ambtenaren verlof van 10 maanden na een diensttijd van 8 jaren en spandeerde haar verlof in Den Haag. Twee jaar na terugkomst te Indonesia huwde zij met mijn vader.)

Zij, de lieveling van mijn opa, zijn alles.

Hij, een echte wilde buitenman, elke ochtend paard rijdend door de theetuinen ter controle en gewend om met liefde de theeplanten te bevoelen en te bewaken en te verzorgen en te registreren en nog veel meer en een liefhebber van Indië 's natuur en zelf ook niet zo onbemiddeld. Volgens een overlevering is het me bijgebleven, dat ie op een dag een slang bij zich had, mijn moeder riep en haar voor de voeten het kruipdier toewierp, vergezeld van een hartelijke lach. Hij wist namelijk, dat het geen addergebroed was, maar een simpele kleine python of zoiets.

Hij, de boosdoener in de ogen van mijn opa, hij die het waagde om zijn oogappel onder zijn neus vandaan weg te kapen. Hij die het waagde om zijn dochter zomaar Triksie te noemen en mijn oma?

Ach mijn Madurese oma was gelukkig, want haar Beatrix was gelukkig toch. Haar Beatrix die het zo ver had geschopt in de wereld en zelfs een keer héél ver weg was geweest naar het land dat Nederland heette, haar Beatrix, haar trots.

En zo kabbelde in de jaren erna een huwelijk voort, gedragen op de baren van de donkere tijden die aanbraken. Het werd 1942. Zij waren inmiddels net 10 jaren getrouwd en de Japanse bezetting van Indonesia vond plaats en mijn vader werd ongeveer voorjaar 1943 gedwongen verplaatst naar een andere thee-onderneming te Kediri - Purwo Asri, die tevens deels dienst deed als burgerkamp en mijn moeder en de kinderen werden opgesloten in een vrouwen/kinderburgerkamp te Kediri-Kawarasan. Zijn oudste kind, Cor mijn broer, was al gesneuveld in de Slag van de Javazee in februari 1942. De twee andere kinderen - mijn zus Julia en andere zus Petronella werden verkast naar West Java Cianjur en verbleven daar bij hun grootmoeder uit mijn pa's eerste huwelijk. Het fijne ervan weet ik niet en zal ik helaas nooit te weten komen ook.

Mijn vader is daarna nooit meer thuis gekomen en in 1944 stierf hij zonder aanwezigheid van mijn moeder in de zogenaamde open "gevangenis" van die theeplantage annex kamp Purwo Asri . Mijn vader heeft ook nooit mijn geboorte meegemaakt. Door de Jap gemieterd in een kuil ergens in een stukje achtertuin van het kamp. In 1949 opgegegraven door de ODO troepen en heel fatsoenlijk herbegraven op het Europese kerkhof in Kediri. Zijn graf is nu niet meer, waar het in 1960 nog bestond, toen ik afscheid nam van mijn pa om naar Nederland te gaan....

Mijn moeder heeft die klap nooit kunnen verwerken en heeft zich als een zombie door het leven heen gesleept met een gebroken hart. De tijd van verkassing van kamp naar kamp brak aan, totdat ook zij begin 1946 het leven en de kinderen achter zich liet. Het was maart 1946 en Holland maakte zich letterlijk en figuurlijk op voor een nieuwe lente......Mijn moeder werd in Malang begraven en ook haar graf is niet meer.


Mijn vader is geboren te Martapura op 15 oktober 1889, als zoon van resident Julius Boers en moeder Cornelia Helena Geertruida Kroesen. Uit dit huwelijk had mijn vader 5 broers en zusters en uit het huwelijk van zijn vader Julius met Laura Eleonora Annette Kroesen (een oudere zus van zijn tweede vrouw die jong stierf) waren er nog 3 halfbroers en -zus. In 1898 werd mijn grootvader als oud Resident op de leeftijd van 51 jaren gepensioeneerd en keerde het gezin terug naar Nederland, alwaar mijn vader zijn studie vervolmaakte en in 1911 voorgoed terugkeerde naar Indonesia om aldaar ook te sterven op 3 februari 1944 in het kamp Purwo Asri..... Mijn pa, ik heb hem nooit gekend en hij mij ook niet.

Mijn oom Henri Constant volgde mijn vader ook naar Nederland om samen de cultuur in te gaan. Oom Henri werd ook slachtoffer in een burgerkamp (welke weet ik niet) doch overleefde het en kwam in 1946 gebroken terug in Nederland. Sinds het kamp is hij echter nooit meer gezond geweest en hij overleed in 1948 na een langdurig lijden. De overige broers en zussen zijn allen in Nederland gebleven of naar andere oorden vertrokken. (Duitsland en Australie).... Mijn oom Henri, ik heb hem nooit gekend en hij mij ook niet en over hem is mij ook veel verhaald. Ik weet slechts dat beide broers veel met elkaar optrokken: in hun studietijd alsmede tijdens hun carriere. Oom Henri scheen ook vaak bij mijn ouders thuis gewoond te hebben, als ie weer 's genoeg had van een bepaald oord waar ie moest werken. Hij is nooit getrouwd geweest en bij mijn weten had ie - volgens verhalen - een losvaste relatie met een Indische schone. Oom Henri stierf in Heemstede en werd in Den Haag begraven en aanwezig waren slechts zijn oudste halfzuster Juliana Anette en zijn broer Willem Egbert.

Mijn moeder is geboren op 3 maart 1902 te Pasuruan als dochter van Gerrit Willem ten Cate en Louisse Albertine Meijer. Zij was één der 8 kinderen totaal die opa en oma hadden. Zij overleed in het kamp Bergen te Malang op 21 maart 1946 en ligt te Sukun Malang begraven.Mijn moeder werd de tweede vrouw van mijn vader, aangezien zijn eerste vrouw Victorina Roggen op jeugdige leeftijd overleed, mijn vader nalatende en hun kinderen Cor, Julia en Petronella.... Mij ma, zij heeft mij wel gekend en ik haar misschien ook, maar ik herinner me er niets van en toch.... mis ik haar.....Net als dit liedje op de achtergrond zegt: You left me just when I needed you most.... in de nadagen van mijn levenszomer, in the cold days of my december, even now,  mis ik haar.


Foto onder: Mijn moeder als jong meisje samen met 2 van haar broertjes in de tuin bij mijn opa en oma te Pasuruan Oost Java. Het zal ongeveer in de jaren 1920 en nog wat zijn. Wat een zalige rommeltuin. Allerlei plantenzooi, één of andere bambu stellage en de hemel mag weten wat er nog meer voor rotzooi stond maar niet te zien is op de foto. Kippen? Zo'n typische tuin: Gheef neks, as maar gheef heluid tog? Pleur het maar ergens neer, het groeit en bloeit toch wel in die zegenrijke Indonesische vruchtbare grond. Één van de twee broertjes op de foto is jong gestorven en de ander? De andere heeft carriere gemaakt bij de toen nog geheten BPM en maakte Tarakan mee toen de Jappen binnen vielen en dat is een bekend gebeuren. Ik ga er hier niet verder over uitwijden. (Volgens overleveringen van familie is deze oom van mij daar dus letterlijk een kopje kleiner gemaakt. Echter: Bij de OGS staat hij geregistreerd als slachtoffer in het beruchte Ngawi krijgsgevangenkamp. Ik weet het allemaal niet meer, want zowel historische alsmede familie overleveringen kunnen soms danig bezijdens de waarheid zijn. Ik heb daar meerdere voorbeelden van meegemaakt.)

 

Foto onder: Het geboortehuis van mijn vader, alwaar mijn grootvader Julius destijds nog als Ass.resident fungeerde te Martapura Borneo.(In de buurt van Bandjermasin). Wat een vrijheid hadden mijn pa en zijn broers daar niet gehad? Oom Henri was een ietsje ouder en die zal hem wel op sleeptouw genomen hebben en mijn oma maar zoeken roepen en de boys waren natuurlijk overal en nergens te vinden. En mijn opa zat op zijn werk en zag en hoorde niets en dacht: Je gaat je gang maar, als je mij maar niet voor mijn voeten loopt.

Ik vraag me wel eens af, of mijn pa en oom Henri later ooit nog wel eens terug zijn gegaan om hun jeugdherinneringen op te halen, toen zij later als volwassenen hun werk deden op Java, net als dat ik veelvuldig terug ben gegaan, maar dan om hun sporen terug te vinden in de eerste plaats en de mijne in tweede instantie.

 

Foto onder: Mijn vader in zijn zondagsche kloffie, toen alles in Indië pais en vree was, maar dan natuurlijk slechts voor de bevoorrechten. Want niet alles en niet voor iedereen natuurlijk was het pais en vree. Ik heb deze foto pas heel laat in mijn leven gekregen.... vreemd: toen ik jong was en het bestaan van deze foto nog niet kende, liep ik zomaar in een opwelling ook met zo'n soort pet op mijn hoofd. Dat ding was bruin oranje geruit. Vreemd, als je er later 's over die tijd terug gaat denken. En zo zijn er meerdere gebeurtenissen gebeurd in mijn leven waar ik destijds niet bij stil stond en later tot de ontdekking kwam dat het als een soort deja-vu fungeerde, althans dat de voorouders het op mij terug reflecteerden wat zij gedaan hadden. Vreemd.

 

Mijn pa had zo te zien een sigaret in zijn hand. Op de foto is nog net een glimp van zijn polshorloge te zien. Ik vraag me soms af, of dit het polshorloge is wat ik ooit als kleine jongen van hem had geërfd. Het had eveneens een witte wijzerplaat. Mocht het zo geweest zijn, dan is het maar wonderbaarlijk, dat je als kleine jochie iets vasthoudt dat ooit ook vastgehouden is door iemand die je natuurlijke vader is en beiden (vader alsmede zoon) elkaar nooit gezien hebben.

 

                                                    Coz u left me, just when I needed u most.......................................

 

 

copyrights imexbo.nl en imexbo.org  |  hans@imexbo.org
Ik ben een eeuwige Indo en al
jaren oud.