Home
Een dankwoord
Sitemap
Laatste updates
Gastenboek
Curse of diaspora
Wie ik ben
Mijn ouders
Gerelateerden
Tinus Dezentjé
Tinus D. Graven 1
Tinus D. Graven 2
Tinus D. Graven 3
Familie-Voorouders
Surabaya's historie
Cannalaan buaya's
Inleiding KH Peneleh
OVERIGE Kerkhoven.
VOC Leembruggen
Indië en oorlog
Archipel oorlogen
Saparoea 1817
Java oorlog 1825
Padri oorlog
Bali Djagaraga
Borneo oorlogen
De "Neger" soldaat
Aceh oorlogen
T.Oemar en C.Kroesen
Exp. Malacca 1784
Zieleroerselen
Diverse verhalen
Java na de Engelsen
Volkeren in Indië
Indo's in den Verre
Externe Indo links


De trauma helicopter vliegt weer eens rond........
x zegt Psycho dat hij het slachtoffer is..........

Relaas van de (oorlogs) expeditie naar Malacca, Salangoor (tegenwoordig SELANGOR een nabuurstaat van Malacca in West Malaysia) en Riouw in 1784. De expeditie werd gehouden tegen de vorsten en hun legers van genoemde staten in het huidig Malaysia en eiland Riouw.

Mijn belangstelling voor dit gebeuren komt voort uit het feit, dat mijn opa Julius Boers zijn loopbaan als BB-ambtenaar te Riouw begon en daar ook zijn gezin vormde met zijn eerste vrouw Laura Eleonora Annetta Kroesen, de oudere zuster van Cornelia Helena Geertruida Kroesen, opa's tweede vrouw en mijn grootmoeder.(Zie elders op deze website hierover.)

 

De onderstaande extracten zijn genomen uit: Reis door een gedeelte der Nederlandsche Bezittingen in Oost-Indië door J.C. Baane. Het vreemde vind ik persoonlijk, dat Baane zijn militaire titel niet toebedeeld kreeg door de uitgever, daar waar andere genoemden wel hun titels meekrijgen.

In het boek beschrijft Baane ook stukjes genealogie en heeft diverse ontmoetingen met historische figuren, waarover in standaard historische werken niet veel over bekend gemaakt wordt.

De expeditie stond onder leiding van Kapitein/Kommandant J.P. van Braam.

Het eskader bestond uit de volgende schepen:

 

  1. UTRECHT, gezagvoerder J.P. van Braam, bemanning 480 man, geschut 68.
  2. WASSENAAR, gez. G. Oorthuijs, bemanning 450 man en geschut 68.
  3. GOES, gez. J.S. Stavorinus, bemanning 350, geschut 54.
  4. PRINSES LOUISE, gez. Grave van Rechteren, bemanning 350, geschut 56.
  5. MONNIKENDAM, gez. Kuipers, bemanning 270, geschut 44.
  6. JUNO, gez. M. de With, bemanning 230, geschut 36.

 

In totaal: 2130 manschappen en 326 stukken geschut.

In de historische stukken van Nederland is weinig over deze (oorlogs)expeditie te vinden en de heer J.C. Baane heeft hierover een relaas geschreven, uitgebracht in 1826 door uitgeverij Beijerinck te Amsterdam.

De heer Baane stierf te Den Haag op 1 april 1823 in de leeftijd van 61 jaar en is dus geboren circa 1762, te Zeeland, aangezien de uitgever Baane omschrijft als een rondborstige Zeeuw.

Baane zelf diende als dek offcier op een compagnieschip ten tijde van het schrijven van zijn reizen naar het oude Oost Indie en de expeditie naar genoemde staten en eiland Riouw en liep zelf enkele verwondingen op waaronder een verlamde arm.

Zijn verslagen zijn offciëel in de scheepsjournalen aangetekend en besloegen de periode 1780-1786.

In 1794 (oorlog met de Fransen) kreeg Baane de opdracht om met het schip Christophorus Columbus (50 stukken geschut) het ongewapende schip De Erfprins met bestemming Japan te begeleiden.

Zij kwamen onderweg 2 (Frans Republikeinse vlag voerende) schepen tegen: LA MODESTE (40 st geschut) en HOUTLUST (50 st. geschut).

De HOUTLUST was een compagnieschip veroverd door de Fransen en verbouwd tot oorlogsschip.

Baane deed zijn plicht en overwon het Franse fregat LA MODESTE en heroverde de HOUTLUST. Noch de bamanning en noch Baane heeft ooit aanspraak gemaakt op het prijzengeld van deze slag en de buit, hetgeen destijds wel gebruikelijk was.

Het kwam de koning van Nederland echter wel ter ore en Baane kreeg alsnog een beloning van een pensioen van 1000 guldens per maand en de rang van Kapitein Luitenant ter Zee.

Zijn weduwe hertrouwde met zijn vriend J. Gertsen, die de aantekeningen van Baane verzamelde en deze ter beschikking stelde aan de uitgever Beyerinck. Hier en daar is de schrijfstijl van Baane aangepast door de uitgever en zijn enkele namen (verkeerd door Baane genoteerd) gecorrigeerd.

 

De expeditie naar Riouw, Malacca en Salangoor in den jaare 1784

Op 9 maart 1784 ankerde genoemd eskader (onder aanvoering van Kapitein Braam) te Batavia, komende uit Kaap de Goede Hoop, om te vernemen, dat Nederland in een lange moeilijke oorlog was gewikkeld met de koning van Riouw. Deze had inmiddels steun van de koning van Salangoor en Malacca en de Hooge Nederlandse Regering was in problemen geraakt door deze verwikkelingen.

Er werd besloten dat genoemd eskader naar die contreien diende te varen om aldaar de "zaken recht te trekken", maar dit kon slechts na een vijftig tal dagen, omdat de reis van Kaap de Goede Hoop naar Batavia de schepen had aangetast en daardoor reparaties noodzakelijk waren.

Op 29 april 1784 vertrok het eskader, aangevuld met enkele andere vaartuigen (niet genoemd door schrijver) en met achterlating van de Prinses Louise (nog niet geheel gerepareerd) richting gevechtsgebied.

Het eskader arriveerde voor de kust van Malacca op 29 mei 1784. ( Mind: deze reis duurde derhalve één maand, afhankelijk en onderhevig aan de winden en stromingen.) Er werd bemerjt dat de stad Malacca belegerd werd door een deel van de troepen van de koning van Riouw en de troepen van de koning van Salangoor, daar waar de hoofdmacht van de koning van Riouw verderop gelegerd was, namelijk 3 mijl ten zuiden van Malacca nabij de bocht van Ponger.

Na verkenningen gedaan te hebben werd beraadslaagd en op zaterdag 5 juni 1784 begoin de landing der troepen en kanonnades vanaf de schepen richting bentengs en koeboes van de "vijand". Het vuur van het eskader had echter weinig resultaten, omdat de schepen te ver in zee lagen en de muren van de bentengs te dik waren. (Circa 12 voet dik.) Omgekeerd beschoten de legers vanaf de wal ook de schepen en dit kat en muis ging enkele dagen door, tot dat op 14 juni luitenant RUYSCH met een sloep en een paar kleine mortierwerpers erop uit gezonden werd om de schade van inslagen van het scheepsgeschut op de wallen.

Op 17 juni arriveerde de Prinses Louise om deel te nemen aan de gevechten.

Details van de voorbereiding zal ik de lezer onthouden, doch op de 18de juni werd de landing ingezet door middel van een soort geconstrueerd landingsvaartuig, onder leiding van de luitenant RUYSCH en luitenant der genietroepen VAN DER CAPPELLEN,  samen met 21 andere sloepen en vaartuigen en 430 manschappen onder leiding van majoor HAMEL en kapitein luitenant D. VAN HOOGENDORP.

Kortom, het standaard gebeuren - zoals vaak genoeg in films te zien is - brak uit: het klootjesvolk aan de riemen en de leidinggevenden met de sabel voorewaarts gericht en musket of iets dergelijks in de andere hand,  schieten over en weer, af en toe gekerm en geschreeuw, een losgeslagen halve arm die door de lucht heen vloog, dansende lokale soldaten op de kust die juichten als er weer eentje geraakt werd en over weer natuurlijk ook, gevloek en gescheld over en weer,  granaat inslagen in de zee enzovoorts  en uiteindelijk wisten de sloepen en overige vaartuigen te landen.

De lokale legers sloegen op de vlucht en de bentengs - inclusief achtergelaten geschut en overig hebben en houwen van de lokale legers werden ten prooi geofferd aan de vlammen. Het Nederlandsche leger verloor 12 dode, had 30 zwaar- en 24 lichtgewonden.

's Avonds om 7 uur arriveerde het invasie leger weer aan boord der schepen terug en die onder luid gejuich door de achterblijvers werden onthaald.

Het lokale leger had circa 300 lijken achtergelaten op de stranden en enkele zeer zwaar gewonden. Hoeveel lichtgewonden er waren kon niet vastgesteld worden, aangezien deze mee de bossen ingevlucht waren.

De volgende dag kwamen enkele "inboorlingen"om genade smekend, met het verzoek om hun koning van Riouw - Radja Had Gé (??? Zo geschreven in het boek - dus of het goed is of niet is mij onbekend) in de bossen te mogen begraven.

Het eskader groef echter het lijk van de koning weer op en het lijk werd te Malacca op het Europese kerkhof herbegraven, met de bedoeling dat het kenbaar was, dat deze vorst nu daadwerkelijk gesneuveld was en geen ander meer aanspraak kon maken op zijn naam en titel.

Op 20 juni voer het eskader terug naar de belegerde stad Malacca alwaar de koning van Salangoor de belegering had opgeheven en op de vlucht was geslagen.

De volgende taak van het eskader was nu om de rijken Riouw en Salangoor zelf aan te vallen om definitief een eind te maken aan de "rebellerende" landen.

Inmiddels was de DOLPHIJN (één der meegevaren schepen uit Batavia) onder leiding van kapitein ABO in de lucht gesprongen op 26 juni en de oorzaak heeft men niet kunnen achterhalen. Het gevolg was dat enkele doden te betreuren viel en de materiele schade aanzienlijk.

Op 14 juli lichtte men de ankers en vertrok het eskader richting Salangoor alwaar het op 20 juli arriveerde en de ankers uitwierp.

Op 2 augustus onder leiding van D. GRAVE VAN HOOGENDORP als  vervanger van majoor HAMEL, landden de troepen en vaartuigen en wederom onder luid gejoel, gebrul, tatataratatararata etc etc, kwam het tot een treffen tussen de legers van Nederland en van Salangoor op de kusten.

Kortom, gekonk over en weer, geschiet hier en daar, overlopers van het leger van Salangoor, achtervolgingen door de jungle, de tolk KILIAN erbij om duidelijk naar elkaar over te komen; het gebruikelijke tafereel zoals vaker beschreven in andere historische geschriften over bijvoorbeeld Aceh en Java oorlogen.

Veel blablabla over wat er allemaal nog gebeurde gebeurde tijdens de knokpartijen en uiteindelijk werd een Acehse prins - wiens leger het eskader te hulp was geschoten - gekroond tot de nieuwe koning van Salangoor (door de VOC dus)  en zo werd het rijk Salangoor voor de Compagnie gewonnen en schatplichtig gemaakt.

Iedereen happy en aan de nasi kuning om het één en ander te vieren, paar leuke dames erbij zoals gebruikelijk, overvloedige cendol en pisang goreng of zoiets en gelal en gebral.

Wanneer de kroning van de prins tot koning plaats vond vermeldt het boek niet. Maar het moet vóór 26 augustus zijn, aangezien het eskader - en nadat het nieuwe gouvernement was geinstalleerd - het anker lichtte richting Malacca om aldaar de zieken en gewonden weer op te pikken en werd aldaar alles in gereedheid gebracht om de expeditie naar Riouw te kunnen beginnen, het laatste stuk van de opdracht.

Op 10 october 1784 was alles in gereedheid gebracht en voer het eskader af richting Riouw en op de 23ste oktober wierpen zij het anker uit te Riouw.

Zelfde laken een pak als voorgaande keren, geschiet over en weer, gejammer en getier, doden en gewonden over en weer, bla bla bla over en weer en uiteindeljk gaf de koning van Riouw zich over, aangezien een deel van zijn leger het hazapad had gekozen. (Dat deel waren de Buginesche zeerovers).

Op 11 dec 1784 arriveerde het eskader wedrom te Batavia, na een afwezigheid van 7 maanden en 12 dagen hun opdracht vervuld hadden, ten koste van enkele manschappen en materieel.

De vaandels der overwonnen werden door majoor Hamel na terugkeer in Nederland, overhandigd aan Zijne Doorluchtige Hoogheid den Heere Prins van Oranje en van Nassau.

Foto onder: Het jacht van de kamer van Rotterdam verwelkomt Oost-Indië vaarders.

Of majoor Hamel hiervoor extra beloond werd en in welke mate, beschrijft het boek niet, maar ongetwijfeld zal er wel iets in een gesloten envelop overhandigd zijn.

Het klootjesvolk? Ach, die zal wel een extra oorlam gekregen hebben en misschien is er wellicht wel een Jan Maat achtergebleven op de plaatsen waar gevochten werd en lopen er nu een paar bruine jongetjes en meisjes rond met lichte ogen.

Top

Copyrights imexbo.nl , imexbo.org , imexbo.eu | Why do you visit this website if you can't read.....