Home
Een dankwoord
Sitemap
Laatste updates
Gastenboek
Curse of diaspora
Wie ik ben
Mijn ouders
Gerelateerden
Tinus Dezentjé
Tinus D. Graven 1
Tinus D. Graven 2
Tinus D. Graven 3
Familie-Voorouders
Surabaya's historie
Cannalaan buaya's
Inleiding KH Peneleh
OVERIGE Kerkhoven.
VOC Leembruggen
Indië en oorlog
Archipel oorlogen
Saparoea 1817
Java oorlog 1825
Padri oorlog
Bali Djagaraga
Borneo oorlogen
De "Neger" soldaat
Aceh oorlogen
T.Oemar en C.Kroesen
Exp. Malacca 1784
Zieleroerselen
Diverse verhalen
Java na de Engelsen
Volkeren in Indië
Indo's in den Verre
Externe Indo links


De trauma helicopter vliegt weer eens rond........
x zegt Psycho dat hij het slachtoffer is..........

De "neger" soldaat.

 

Soms ook wel genoemd Belanda Hitam.

 

Hieronder geen zoveelste verhaal over de Belanda Hitam soldaten, maar slechts enkele feiten over deze soldaten afkomstig van legerleiding van weleer.

 

Klik hier om meer te lezen over dit onderwerp op Indonesie.actieforum

 

Het volledige artikel uit de KB waar onderstaand stukje uit geextraheerd is, kan men hier vinden.

Quote: 

Zooals het met meer zaken gaat, heeft ook deze landaard warme vrienden en verklaarde tegenstanders.

Hooren wij wat tegen en voor de Afrikaansche soldaten kan worden aangevoerd.

In de eerste plaats is of was een Afrikaansche Neger (de thans pas aangekomenen schijnen wat meer geciviliseerd te zijn) eene soort van wildeman, die wel in de exercitiëreglementen kan worden afgericht, doch wiens natuur telkens weer bovenkomt.

Hebben zij te velde eenmaal bloed gezien, hebben zij zich bij den vijand over een persoonlijke beleediging of grief te wreken, dan ontwaakt „la bete humaine" in hen en worden zij tot wilde dieren, die eerst na bevrediging van hun bloeddorst weder onder commando van hunne aanvoerders terugkeeren.

In hun blinde verwoedheid schijnen zij dus niet in de hand te blijven.

Een tweede gebrek, dat de tegenstanders hun, zeer ten rechte trouwens, ten laste leggen, is, dat zij stoute drinkers zijn. Van officieren, die lang bij Afrik. compagniën dienden, hebben wij in dit opzicht sterke stukjes gehoord.

De hoeveelheid Schiedammer die zy kunnen verwerken, moet miraculeus groot zijn en dat deze pootige natuurkinderen, wanneer zij vol jenevers zijn, zich niet gemakkelijk laten regeeren, ligt voor de hand.

Volgens sommige chefs zyn de Afrikanen bovendien brutaal en insubordinaat in hun spreken, doch de officieren, die veel met dezen landaard hebben omgegaan, ontkennen dit laatste ten sterkste.

Ze zeggen dat het in den aard van den Neger ligt om by alles wat hij zegt, doet of laat, steeds luid to schreeuwen en verwoed te gesticuleeren, doch dat hij daarmede volstrekt geen slechte of oneerbiedige bedoeling heeft.

Zijn zij in een chambree op de meest vreedzame wyze by elkaar, dan hoort men een helsch kabaal, dat een leek den indruk geeft, dat daar binnen een soldatenoproer heerscht, hetwelk zijn grootste hoogte heeft bereikt.

En toch, wij herhalen, de menschen zitten dan op hunne wijze zoo kalm mogelyk bij elkander en verhalen mekaar misschien fabeltjes of vertelseltjes.

Overige ondeugden of schaduwzijden zyn niet tegen hen aan te voeren. Wel meenen wy ons te herinneren, indertijd door oude officieren te hebben hooren verhalen, dat er eenmaal, misschien 40 a 50 jaren geleden, een oproer onder hen is uitgebroken of wel op het punt heeft gestaan uit te breken, doch dat dit een gevolg is geweest van het ook later door ons gouvernement wel eens in practyk gebrachte spreekwoord „Veelbeloven en weinig geven, doet de gekken in vreugde leven".

Toen echter de grief was weggenomen, heeft men nooit meer iets van dien aard gehoord.

Deze omstandigheid mag evenwel niet aan de debetzijde van de Afrikanen geboekt worden ; de Zwitsers hebben in alle eeuwen en in alle landen als trouwe soldaten bekend gestaan, ze hebben in Frankryk in 1789 die reputatie prachtig opgehouden en toch zijn ze op een goeden keer te Samarang tegen het wettig gezag opgekomen. (Opstand Willem I kazerne in 1860.)

Klik hier om een artikel hierover te lezen in de KB kranten.

A qui la faute ?

 

Ziehier, wat de voorstanders van de Afrikanen van hen zeggen:

 

1e:  dat zij zeer dapper zijn en nimmer tot vooruitgaan behoeven te worden aangemoedigd.

2e:  dat zij hunnen officiereneen zeer warm hart toedragen en ze na jaren- en jarenlange scheiding weder met de luidruchtigste vroolykheid en de meest ongeveinsde hartelijkheid begroeten.

Omtrent dit punt loopen verscheidene anecdoten, die ten zeerste voor het goede hart dezer lieden pleiten, doch die hier niet allen een plaats kunnen vinden.

Het is echter een meermalen geconstateerd feit, dat, wanneer Afrikanen een niet gedecoreerd luitenant tot pelotonscommandant hebben, te veld al hun doen en laten er op gericht is om hun luitenantje (ze spreken hun chefs meestal met verkleinwoorden aan) de Willemsorde te doen verdienen. Ze stormen met hun forsche lichamen tegen een hindernis in, trappen alles plat, kappen hier of daar een gat en geven daarna hun officier bij het binnengaan der versterking den voorrang om hem, op grond der statuten, op een belooning te doen aanspraak maken.

Alleen wanneer ze over het een of ander in den strijd verwoed zijn, kan men ze moeielijk meer in de hand houden.

3e: dat zij uit een disciplinair oogpunt zeer gemakkelijk te regeeren zijn.

Oude officieren uit den bloeitijd der Afrikaansche compagniën verhalen, dat Negers een zeer geprononceerd juist denkbeeld van schuld of onschuld hebben en dat zij, met rechtvaardigheid bejegend en als zij slechts een greintje schuld in zich voelen, met de meeste gelatenheid de zwaarste straf dragen.

Het meest gevoelig zijn zij voor slagen, en vroegere kapiteins, die hun Pappenheimers kenden en slag hadden met het volkje om te gaan, lieten een schuldigen Afrikaan op het bureau komen en verwijderden den sergeant-majoor. Hierop sloten zij de deur, haalden een flink veerkrachtige liniaal te voorschijn en gaven den delinquent een kleine rammeling, zonder verder iets omtrent de zaak in het strafboek op te teekenen.

Kapiteins, die zoo tè werk gingen, stonden bij de Negers het hoogst aangeschreven, werden op de handen gedragen en hadden bij hunne compagniën de meeste orde en tucht.

4e:  dat de inlandsche vijand voor hen zoo bang als voor den dood is.

Dit is een algemeen bekend feit. Zelfs de Atjehers, die anders voor geen klein geruchtje vervaard zijn, gaan op den loop voor „blanda's hitam" voor wie zij een heilzame vrees koesteren.

Dit vindt waarschijnlijk zijn oorzaak in het feit, dat de Afrikaan zijn overwonnen vijanden nooit spaart en korte metten met zijn gevangenen maakt.

Van het respect, dat inlanders voor de zwarte Hollanders koesteren, wordt dikwijls partij getrokken door gegageerde ofgepasporteerde Afrikaansche militairen aan te stellen als opzicht voerend personeel bij ploegen inlandsche werklieden of bij dwangarbeiders.

Onze opzichter behoeft dikwijls niet eens zijn rottantje te vertoonen, om onmiddellijk te worden gehoorzaamd.

5e:  dat zij zich gaarne met de dochteren van dit land verbinden en vaders zijn van een ferm, bruikbaar en intelligent geslacht, de z. g. Afrikaansche sinjo's.

Mag men de lui, die het weten kunnen, gelooven, dan nemen in de kazerne gewoonlijk vier á vijf man ééne vrouw, die zij, zonder ooit herrie met elkaar te krijgen, eerlijk deelen en wier kinderen zij als hun gemeenschappelijk kroost erkennen.

Dat kroost onderscheidt zich zeer gunstig; in den regel komt het later in den vorm van pupillen in de kazernes terug en groeit het op tot menschen, waaruit men zelfs administratief kader, zooals sergeant-majoors, fouriers...... Unquote.

 

 

Een filmpje met Griselda Molemans over haar voorvader Yambaga, destijds een dorpshoofd afkomstig uit het huidige Burkina Fasso, ontvoerd en als slaaf verkocht en herdoopt als Molemans toen hij KNIL soldaat werd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Top

Copyrights imexbo.nl , imexbo.org , imexbo.eu | Why do you visit this website if you can't read.....