Home
Een dankwoord
Sitemap
Laatste updates
Gastenboek
Curse of diaspora
Wie ik ben
Mijn ouders
Gerelateerden
Tinus Dezentjé
Tinus D. Graven 1
Tinus D. Graven 2
Tinus D. Graven 3
Familie-Voorouders
Surabaya's historie
Cannalaan buaya's
Inleiding KH Peneleh
OVERIGE Kerkhoven.
VOC Leembruggen
Indië en oorlog
Archipel oorlogen
Zieleroerselen
Diverse verhalen
Java na de Engelsen
Volkeren in Indië
Armenen en Indië
Chinezen en Indië
Deel 2: 27-12-1949
Joden en Indonesia
Indo's in den Verre
Externe Indo links


Anderen kregen slaag, schoppen, klappen en wel
x , maar de toeschouwer roept "au, ik ben zielig".

Chinezen en/in Indië. 

 

 

Voor: Han Giok Kiem, Oei Tjwan Huat, Oei Lioe Poen, Rudy Liem, Lie Swan Hoe, Tan Swan Ngo, Oei Ing Lok en anderen, waar ik mee bevriend was en mee optrok en we soms ietwat angstige momenten beleefden.

 

Bronnen:Tropenmuseum; KB.nl , Waanders Uitgeverij; Ong Eng Die, Chinezen in Nederlandsch-Indië, Assen 1943; Role of the Indonesian Chinese in Shaping Modern Indonesian Life, Special Issue Indonesia, Cornell Southeast Asia Program, Ithaca New York 1991; James R. Rush, Opium to Java, Revenue Farming and Chinese Enterprise in Colonial Indonesia 1860-1910, Ithaca New York, 1990; Leo Suryadinata, Peranakan Chinese Politics in Java 1917-1942, Singapore 1981; Persoonlijke interviews ondergetekende met enkele Chinese Indonesiërs 2008-2011.

Bronnen foto's: AS Rotterdam, KIT Amsterdam, LB Amsterdam en Spaarnestad Haarlem.

 

Hieronder/hiernavolgend plaats ik een artikel opgesteld aan de hand van bovenstaande bronnen over de Chinezen in Indonesia. Pertinent stel ik vast, dat dit artikel geen wetenschappelijk document is, maar enkel een summiere opsomming van feiten en wetenswaardigheden. We hadden/hebben allen daar in dat voormalig Indië en huidig Indonesia wel te maken gehad met deze bevolkingsgroep; buren, kennissen, mede-scholieren, vriendjes/vriendinnetjes, familie enzovoorts en daarom vind ik het persoonlijk noodzakelijk dat deze bevolkingsgroep op mijn website ook een plaatsje vindt.

De interviews die ik nam waren met aangetrouwde familieleden en hun naasten en kennissen uit hun omgeving en ik legde die interviews af om middels hun eigen ervaringen en bronnen bepaalde feiten en wetenswaardigheden te verifiëren.

Hou ook rekening mee, dat ik dit artikel samengesteld heb aan de hand van de bronnen welke destijds in de betreffende jaargangen van uitgifte up to date waren, doch we leven nu anno 2012 en er is wel één en ander veranderd. Daarom zal dit artikel ook niet verder gaan dan de beginjaren 1990. Centraal zal in dit artikel ook de beginperiode van de Chinese bevolkingsgroep in het koloniale Nederlandsch Indië zijn.

Over het hoe en waarom en wanneer de Chinezen in Indië terechtkwamen weid ik hier niet al te veel over uit. Daar is al veel over geschreven door anderen en anders even googelen op boeken e.d. als je dieper in de materie wilt duiken. Maar wel logisch lijkt het me, om in elk geval een korte algemene be-omschrijving hiernavolgend te plaatsen. Het is een krantenartikel uit KB.nl en verhaalt onder andere over de vroege komst te Semarang van Sam Po.

 

 

Hieronder een korte beschrijving van:

De Chinezenmoord of te wel de Slachting onder de Chinezen in 1740.

(Bron: Kai-Pa-Li-Tai-Shih-Chi, de chronologische geschiedenis van de ontwikkeling van Batavia uit de beginjaren 1800 waarin een eigen Chinese visie vermeld staat van de slachting van 1740 gescheven door Anoniem.)

Hoofdpersonen:

  • Gustaaf Willem Baron van Imhoff - Directeur Generaal VOC
  • De Chinezen en de Maleiers in de Ommelanden
  • De Nederlandse "kolonisten"  in de Ommelanden
  • De Chinezen en de burgerbevolking in de stad Batavia.

Er waren onlusten in de Ommelanden buiten Batavia en de Maleiers en de Chinezen hadden het met elkaar aan de stok en behoorlijk ook. Baron van Imhoff was een geslepen mens en wilde 2 vliegen in één klap slaan. De Chinezen buiten en binnen Batavia moesten vernietigd worden. Daartoe vaardigde hij een decreet uit, in welke werd bevolen, dat de Chinezen in Batavia zich welgezind dienden te houden en dat zij 's nachts thuis dienden te blijven en hun deuren te sluiten. Zij dienden zich niet op straat te vertonen opdat zij niet als onschuldigen door de patrouilles opgepakt konden worden.

De Chinese bevolking van Batavia trapte hierin en op bevel van Baron Imhoff werden zonder onderscheid door de Hollandse troepen:  mannen, vrouwen en kinderen van elke leeftijd vermoord. En alom werd gekerm gehoord.

De geschiedkundige officiële geschriften:

In de ontwikkeling van de suikercultuur op Java speelden de Chinezen ook een belangrijke rol. In de ommelanden van Batavia waren omstreeks die tijden van begin 1700 circa 84 suikerfabrieken in bedrijf waarvan er 78 eigendom van Chinezen waren. Deze betrokken hun plantage personeel rechtstreeks uit China en voor het campagnewerk werden lokale werkkrachten uit de Preanger aangetrokken. In 1722 viel de Perzische markt weg en de Compagnie zag zich genoodzaakt om een groot deel van de suikerfabrieken te sluiten, hetgeen resulteerde in een grote werkloosheid onder de Chinese werkkrachten en dat leidde in 1740 tot een grote bandeloosheid onder deze mensen. Zij hadden inmiddels zichzelf in bendes verenigd en in het begin van oktober 1740 vielen deze bendes de stad Batavia aan.

Dit leidde weer tot paniek in de stad zelf onder de burgerbevolking, die zich nu tegen de Chineze bevolking van Batavia keerde en in een paar dagen tijd werden circa 10.000 weerloze Chinezen (van allerlei kunne) vermoord. Met deze moordpartij kwam een eind aan een 120 jarige durende "vredige" samenleving in de stad Batavia.

 

Foto onder: Een gravure van de slachtpartij. Hoogst eigenaardig dat sommige slachtoffers getooid zijn met Dayak veren als hoofddeksel. M.i. duidt het op het feit, dat de etser/artiest vrij onbekend was met de cultuur aldaar. Hij heeft ook de traditionele lange haarstaart niet getekend.

   

 

Na 1740 mochten de Chinezen zich niet meer willekeurig alom in de stad vestigen en kregen zij een woonwijk toegewezen, genaamd de Chinese Kamp.

Het nieuws van de slachtpartij bereikte natuurlijk ook Nederland en er restte de Heren XVII niets anders dan de verantwoordelijke gouverneur generaal Adriaen Valckenier van zijn ambt te ontheffen en hem ter verantwoording te roepen. Na 9,5 jaar hechtenis in Batavia overleed hij nog voordat er een vonnis over hem was uitgesproken.

 

De Chinese Middenstand:

In Batavia zelf waren de Chinezen hoofdzakelijk arbeidzaam als visser, timmerman, arakstoker, aannemer, tuinier. Maar het waren vooral de kleine middenstanders die zich elders op het platteland van Java onmisbaar maakten, want zij legden de grondslag voor de economie en geldstroom op lokaal niveau en het geldstuk hiertoe dienend was de Pitjis, gemaakt van lood en tin en koper.

Foto onder: Een Chinese sleutelmaker te Batavia.

 

Foto onder: Een Chinese toko (Horlodji) Arloji in Medan.

 

 

Foto onder: Pitjis/Picis = Chinees kopergeld in een tros van 200 stuks bij elkaar. De inheemse  dorpsgemeenschap gebruikte dit geld in plaats van de koperen duiten van de VOC.

 

 

De lokale Indonesiër zag deze - veelal van overzee komende - Chinezen als het ezeltje van het karretje van de VOC en later de koloniale macht, maar dat is te simplistisch gedacht, want in de Javaanse Vorstenlanden vervulden zij ook vertrouwens functies en via deze functies en de rol als middenstander vond de VOC haar aansluiting bij het lokaal geldverkeer en economie. Om echter de controle te behouden werd een passenstelsel ingevoerd waarbij op deze wijze men de reizende Chinees onder controle had. (Reizen naar de Vorstenlanden en Preanger Regentschappen).

In de loop van de jaren 1800 werd echter duidelijk dat het VOC systeem verouderd raakte en aan hervorming toe was, mede door de gezagsuitbreiding naar de buitengewesten.

Op Borneo hadden zich inmiddels diverse en talloze "kongsi's" gevormd van Chinese mijnwerkers, die zich niet wilden onderwerpen aan het koloniale bestuur en diverse keren werden derhalve militaire expedities er op uit gezonden om de talloze relletjes en opstandjes te onderdrukken.

Foto onder: Mijnbouw contractanten uit Hakka China. De Hakka Chinezen waren in China zelf ook mijnwerkers en gewend aan het zware werk, maar niet aan de mensonterende behandeling.

  

 

Foto onder: Contracten in de tabak. Geldtransport op een tabaksonderneming. 

 

 

 

Het passenstelsel raakte ook verouderd en het gouvernement kon ook niet meer bouwen op de Chinese kapiteins (vertegenwoordigers van Chinese groepen/families/clans etc.) en daarom werd de Chinese bevolkingsgroep onder een strengere juridische controle gebracht. In 1855 vielen de Chinezen voortaan ook onder burgerlijk- en handelsrecht (uitgezonderd het familie- en erfrecht) welke rechten voorheen slechts voor Europeanen geldig waren.

Maar diverse politieke en economische redenen stonden de vervolmaking van de nieuwe plannen in de weg. Singapore werd in 1819 door Thomas Raffles als vrijhaven gesticht met behulp van Chinese handelaren en Batavia werd overvleugeld als opslaghaven voor Zuid Oost Azië. Verder nam de Chinese immigratie naar de archipel toe na de Opium oorlog in 1842 in China en het Maleise schiereiland (onder Engels beheer) werd overspoeld door de sterk toenemende stroom van Chinese immigranten welke van hiervandaan hun activiteiten uitbreidden.

Foto onder: Omzet van door Chinezen aangekochte opium. De spotprent trachtte duidelijk te maken dat de rijksbegroting per jaar slechts 1/3 bedroeg van het jaarlijks opium gebruik.

 

En zoals gebruikelijk verschenen (ook Chinese) koppelbazen ten tonele, die in grote getale Chinese contractarbeiders leverden voor de tinmijnen van Bangka en Biliton. In 1872 volgde de stroom contractarbeiders voor de tabaksindustrie in de jaren 1870+.

(Lees voor contractarbeiders liever het begrip : "slaven", is mijn mening.)

In begin 1900 verscheen er een geruchtmakend stukje over de wantoestanden in de tabakscultuur en met name over de verschrikkelijke mensonterende toestanden van de contractarbeiders en kreeg Mr. Rhemrev de opdracht om de kwestie te onderzoeken. Als gevolg hiervan werd in 1904 de Arbeidsinspectie in het leven geroepen.

Maar waar de overheid nog steeds mee kampte was de onbekendheid met de Chinese cultuur en achtergronden. Want ook onderling waren er verschillen bij de Chinese bevolking, net als bij elk andere grote bevolkingsgroep waar ook ter wereld. Er was dringend behoefte aan deskundige kennis hierover. (M.i. niet enkel kennis maar bovenal BEGRIP voor andere culturen, die naast en samen met elkaar daar leefden, doch helaas

Er werden Sinologen en tolken opgeleid, die ervoor zorgden dat de Chinese bevolkingsgroep een verbeterde positie verkregen. Enkele zeer vooraanstaande Sinologen waren: J.J.M. de Groot, W.P. Groeneveldt, Henri Borel, B. Hoetink, W. Young en deze laatste heeft ook nog diverse boeken/werkstukken geschreven en na gelaten. Hieronder een deel van een krantenartikel over Young en zijn stukken. (KB.nl)

 

In 1900 leefden circa 280.000 Chinezen op Java (en die meerendeels nog peranakan waren) en in de buitengewesten leefden circa 260.000 "echte" Chinezen, de Sing Keh's.

Het gouvernement was geen voorstander van integratie/assimilatie en dergelijke en weerde de Chinese bevolkingsgroep zo veel mogelijk uit de bestuurlijke/bestuursfuncties (men gaf voorkeur aan Europeanen en/of nazaten en lokalen) en zelfs ook van het onderwijs. (In 1900 bezochten slechts circa 350 Chinese kinderen de Nederlandstalige scholen).

In 1901 werd de eerste Chinese school geopend onder leiding van de Tiong Hoa Hwee Kwan (= Chinese Vereniging) en weldra volgden al heel snel meer dergelijke scholen elders te lande.

  

 

  

In 1908 richtte de koloniale regering de Hollands-Chinese scholen op, omdat zij bang was de greep op de Peranakan Chinezen te verliezen en dit scholensysteem had een leerplan dat identiek was aan het leerplan van de Europese lagere scholen.

Diverse andere maatregelen ter verbetering van de postie van de Peranakan Chinezen leidde uiteindelijk tot het Consulaire verdrag van 8 mei 1911 met de Chinese regering, waardoor het mogelijk werd dat China consuls naar Indië mocht en kon sturen, die de belangen van de aldaar wonende Chinezen kon behartigen.

Tal van discrimenerende maatregelen genomen destijds van regeringswege werden langzamerhand afgeschaft waaronder het passenstelsel in 1915 en het wijkenstelsen in 1918 en waren de Chinezen voortaan vrij om te gaan en staan waar zij wilden.

In 1917 kregen zij het kiesrecht en in 1919 werden het Europees familie- en erfrecht ook voor hen geldig, maar het gevolg hiervan was weer, dat.......

de Chinese bevolkingsgroep nu een andere tegenstander van formaat kreeg, namelijk de Sarekat Islam.

De SI was het namelijk in eerste instantie niet mee eens dat de Chinezen gelijk werden gesteld met de Europeanen en niet met de Indonesiërs zelf en de economie van het platteland was in handen van de Chinezen, waardoor de ontwikkeling van de Indonesiër geen doorgang kon vinden. In 1918 brak in Kudus een progrom uit waarbij een aantal Chinezen de dood vonden en hun bezittingen vernietigd of geroofd werden.

En zo kwam de Chinese bevolkingsgroep klem te zitten tussen twee culturen en heden ten dage is het nog zo. (Het Indonesisch Nationalisme en het Chinees Nationalisme en is de middenstand de directe dupe ervan.) 

 

(Persoonlijke noot:  Tijdens mijn dienst- en vakantiereizen naar Azië en vooral Indonesië en Malaysia {in de omgeving buiten de grote steden} heb ik menigmaal een "dreigend/minachtend/afgunstig ondertoontje gehoord in mijn vraaggesprekken met de "originele" mensen aldaar. Héél vaak hoorde ik ook een soort jaloerse ondertoon. Jaloers op het geslaagde succes in de economie van de ethnische Chinese bevolkingsgroep. Dit is slechts een constatering door en van mij in verband met mijn vraaggesprekken welke ik voornamelijk hield met de ietwat oudere orang asli. Bij de jeugdigen had ik dit niet opgemerkt.)

Het kon dus niet uitblijven, dat het moment kwam, dat de etnische Chinese bevolkingsgroep gedwongen werd om een keus te maken tussen: Ben ik vanaf nu een "echte" Indonesiër of zoek ik mijn roots en cultuur nog steeds in het land van oorsprong China? De Chinese ouders zochten naar een oplossing van dit probleem en stuurden bijvoorbeeld hun kinderen naar divese scholen destijds voorradig in Nederlandsch Indië en kwam het regelmatig voor dat kinderen uit een zelfde Chinees gezin het Nederlands of Indonesisch of Chinees onderwijs volgden.

 

Zie verder deel 2 - De souvereiniteits overdracht 27 december 1949.

Op de achtergrond: Rembulan Menangis van Ebiet G. Ade.

   

 

Top

Copyrights imexbo.nl , imexbo.org , imexbo.eu | Why do you visit this website if you can't read.....